Bestellen 'Boek 75 jaar droog' (2de druk!)

Boek Voorkant

Nieuwsbrief augustus

nieuwsbrief

Zoeken

Kies uw taal

14 - Stedenbouwkundige aspecten van de dorpen: pleinen, kerken, scholen, huizen en bijzondere naamgevingen.

De meeste woonkernen in de Noordoostpolder zijn in de jaren veertig en vijftig ontworpen door vertegenwoordigers van de Delftse School (zie ook venster 15). Spil van deze stroming was prof. dr. M.J. Granpré Molière, die tot 1948 stedenbouwkundig adviseur van de Directie van de Wieringermeer (Noordoostpolderwerken) was. Het Dorpenplan dateert uit 1946, al zijn daar later wel veranderingen in aangebracht.
 
Granpré Molière was zeer kritisch over industrialisatie en verstedelijking. In zijn ontwerpen greep hij terug op traditionele bouwstijlen, in de hoop dat de bewoners van de dorpen traditionele culturele waarden zouden omarmen.

Marinus Jan Granpré Molière (links) en zijn compagnon Pieter Verhagen aan het Bergumermeer, 28 augustus 1925.

De stedenbouwkundigen en architecten C. Pouderoyen en Th.G. Verlaan, die in dienst waren van de Directie, waren ook aanhangers van de Delftse School. 

Emmeloord

Het definitieve ontwerp voor Emmeloord werd gemaakt door Pouderoyen. Hij ontwierp een stedelijk centrumgebied, gelegen op het kruispunt van de oost-westverbinding van Vollenhove naar Urk en de noord-zuidverbinding van Lemmer naar Nagele. Het centrumgebied wordt omringd door kleinschaliger woonwijken. Het wordt gedragen door het stadsplein De Deel en de Lange Nering, een winkelstraat van 600 meter die op dat plein uitkomt.

De Poldertoren als beeldbepalend centrum van de Noordoostpolder. Klik hier voor Film: "De poldertoren in Emmeloord".


Iedere wijk heeft een centrale ruimte, een plein of plantsoentje. Deze centrale ruimten worden meestal gemarkeerd door bijzondere bebouwing, zoals een school of kerk. 

Dorpen

Verlaan maakte de definitieve ontwerpen voor Marknesse, Ens, Luttelgeest, Bant en Creil. Zijn ontwerpen zijn tamelijk eenvormig. De dorpskern is doorgaans gekoppeld aan kruispunten van wegen en waterwegen. De doorgaande weg voert langs een brink, of een grasveld met bomen. De ‘wanden’ van de brink bestaan uit winkelpanden, openbare gebouwen en woonhuizen. Beeldbepalende elementen als kerken en scholen hebben een verspreide ligging binnen het dorp. Espel en Tollebeek werden ontworpen door externe architecten, maar zijn op dezelfde leest geschoeid als de dorpen van Verlaan. 

Historie ontwerpgedachten Marknesse.

Eerste ontwerp Verhagen (1940)

Ontwerp Pouderoyen (1943)

Eindplan Verlaan (1947)

Rutten werd ontworpen door W. Bruin. Om een optimale ontsluiting van Rutten te garanderen ontwierp Bruin twee elkaar kruisende hoofdwegen door het dorp. In drie van de vier aanpalende kwadranten zijn woningen gebouwd, terwijl het vierde wordt gebruikt voor groen. Kraggenburg werd ontworpen door P.H. Dingemans, die een bijzondere filosofie had over de ideale nederzetting. Deze filosofie werd vertaald naar een veelhoek, waarin de verschillende functies werden geordend in een hiërarchisch systeem. In plaats van een dorpskern op een kruispunt van hoofdwegen en waterwegen kreeg Kraggenburg een groene centrale ruimte.

Van de dorpen in de Noordoostpolder zijn er zeven gebouwd als een nederzetting rond een centrale ruimte, te weten Marknesse, Ens, Luttelgeest, Bant, Creil, Espel en Tollebeek. Deze centrale ruimte is meestal een langgerekte 'brink' waarlangs winkels, woningen, openbare gebouwen, en soms aan één van de uiteinden een kerk, staan. De brink vormt als het ware een besloten ruimte, de 'huiskamer' van het dorp. In dit geval Creil.

Nagele

Nagele is ontworpen door aanhangers van het Nieuwe Bouwen (zie ook venster 15). Centraal ligt een grote, parkachtige ruimte. De vier hoofdfuncties wonen, werken, verkeer en recreatie worden van elkaar gescheiden en hebben elk een duidelijke plek in het dorp. Om Nagele heen is een brede parkachtige boomgordel geplant. De architectuur van Nagele wijkt sterk af van die van de andere dorpen. Aanhangers van het Nieuwe Bouwen wilden een strakke en functionalistische vormgeving.

De architecten Van Eyck en Van Ginkel maakten het definitieve ontwerp voor Nagele, 1954.

"De kerken (hier de gereformeerde kerk) in Nagele liggen op ruime afstand van elkaar, verspreid over het open groene centrum. Omdat ze niet gelegen zijn aan een straat hebben ze geen duidelijke voor- of achterkant. Integendeel, iedere zijde heeft een krachtige architectonische vorm, ingegeven door het weidse karakter van het centrum".

Jonge veelbelovende architecten van de Delftse School mochten al hun creativiteit uit de kast halen om Nagele tot een aangename woonplek te maken.

Beeld van Nagele

Licht en lucht moesten de mogelijkheid krijgen de huizen binnen te dringen. De architecten maakten bij voorkeur gebruik van moderne bouwmaterialen als staal, glas en beton, van platte daken, blokvormige gebouwen, en witgeschilderde gevels zonder ornamenten.

 Luchtfoto van Nagele.

Bebouwing 

In de vormgeving van openbare gebouwen en woonhuizen streefden de architecten van de Delftse School naar eenheid van vorm en materiaal, naar rust en eenvoud. De woonhuizen zijn doorgaans bakstenen rijtjeshuizen met rode dakpannen. De voortuinen zijn meestal klein. De achtertuinen daarentegen zijn diep. Achterliggende idee was dat de dorpsbewoners hun eigen groenten zouden kunnen verbouwen.

Met uitzondering van Nagele bestaan alle dorpen voornamelijk uit Delfts rode architectuur: veelal zo goedkoop mogelijk gebouwde woonblokken met de bekende rode baksteen en oranjerode pannen. Sober uitgevoerd, soms met bijzondere details. In alle dorpen bepalen deze Delfts rode woonblokken het beeld van de dorpskern, in veel dorpen ook het dorpsaanzicht.

De behuizing in de Noordoostpolder bestaat vooral uit laagbouw. Alleen Emmeloord kent hoogbouw. Om de stedelijkheid van de centrale kern te versterken wilde de Directie hogere bebouwing langs de belangrijke verkeersassen. Zo werden aan de Lange Dreef twee-op-een-woningen gebouwd. Deze gebouwen zijn wel voorzien van een traditionele kap.

De uit 1957 daterende drielaagse flats aan de Lange Dreef te Emmeloord hebben een spaarzame decoratie in de vorm van betonnen vensteromlijstingen.

Bonte variëteit

De Directie ontwierp vrijwel geen vrijstaande woningen. Wel traden particulieren als opdrachtgevers op. Dat leidde tot een bonte variëteit aan vrijstaande woonhuizen.

Oostenrijkse woningen aan de Acacialaan, 1951.

Opvallend zijn de Oostenrijkse woningen die in Emmeloord, Marknesse en Ens zijn gebouwd en aan diverse buitenwegen. In totaal gaat het om ca. 800 woningen waarvan er ongeveer 100 in Noordoostpolder worden gebouwd. Het zijn geprefabriceerde houten woningen die in onderdelen vanuit Oostenrijk aan Nederland werden geleverd en door lokale aannemers binnen een week werden opgebouwd. De huizen zijn gemaakt van donkerbruin hout en gedekt met rode dakpannen. Het heeft alles te maken met het geldgebrek na de Tweede Wereldoorlog. Oostenrijk had veel hout, en ook houten montagewoningen, en Nederland andere producten. De woningen zouden met Nederlandse producten zijn betaald. Krantenknipsels duiden op betaling met vis.

Oostenrijkse woning aan de Berkenlaan 6 Emmeloord is Rijksmonument.