Bestellen 'Boek 75 jaar droog' (2de druk!)

Boek Voorkant

Nieuwsbrief augustus

nieuwsbrief

Zoeken

Kies uw taal

15 - Architectuur in de Noordoostpolder: Delftse School en het Nieuwe Bouwen

Na het droogvallen van de polder in 1942 is in twintig jaar tijd bouwgeschiedenis geschreven met de realisatie van elf woonkernen met 3.000 woningen, 250 bedrijfspanden, winkels, café-restaurants, 53 scholen, 36 kerken en een ziekenhuis. Daarnaast werden 1.500 boerderijen en 225 tuinbouw- en fruitteeltbedrijven gerealiseerd en bouwde men in die periode ook nog eens 1.800 pachterswoningen en 1.000 landarbeiderswoningen.

Nieuwe Bouwen en de Delftse School

In de periode voor de Tweede Wereldoorlog waren in Nederland met name twee architectuurstromingen actueel. Enerzijds het Nieuwe Bouwen en anderzijds, als reactie daarop, de Delftse School.

Voorbeeld van de Delftse School in Emmeloord: de Hoeksteen (1).

Voorbeeld van de Delftse School in Emmeloord; de Hoeksteen (2).

In laatstgenoemde stroming zocht men naar de aansluiting bij de traditionele architectuur. Na de oorlog waren bouwmaterialen schaars. Gebouwen die in ontwerp al bescheiden waren, werden nog soberder uitgevoerd om de kosten te drukken. De eenvoud in materiaalgebruik en vormgeving is in de Noordoostpolder geworden tot een uniek concept. Dat is, ook nu, ruim een halve eeuw later, nog goed herkenbaar.

Nieuwe Bouwen

De architecten van het Nieuwe Bouwen streefden naar een nieuwe, zuivere ‘vormentaal’ met eenvoudige lijnen, vlakverdelingen en volumes. Ontwerpen werden gebaseerd op het principe van doelmatigheid. Door middel van standaardisatie en het ontwikkelen van bouwsystemen moest er efficiënt, en daarmee betaalbaar, gebouwd worden. De architect moest organisator van de woning zijn. Een huis moest praktisch worden ingedeeld en ingericht, en daarnaast gemakkelijk in onderhoud zijn. De functionele en uitgekiende plattegronden voldeden precies aan de gedefinieerde bezigheden binnenshuis. Diezelfde kwaliteit zou nog maar enkele decennia later de gebruikers dusdanig beperken in de behoefte aan meer leefruimte, dat menigeen die kleine en uitgekiende woningen ging verfoeien. Veel van deze woningen, ook in de Noordoostpolder, voldoen overigens niet meer aan de eisen van deze tijd.

Het voormalige Kantoor van de Dienst der Zuiderzeewerken (afd. Noordoostpolder) dateert van 1948. Het gebouw heeft de stilistische kenmerken van de Delftse School, waar het een sobere variant van is.

De Delftse School

We gaan even terug in de tijd. Na de Eerste Wereldoorlog brak een periode van economische groei aan, die zich onder meer vertaalde in een groeiende bouwproductie. Er werden veel woningen en scholen gebouwd, er verrezen industriële complexen en kantoren. Industrialisatie en technologische vernieuwing openden nieuwe mogelijkheden, ook ten aanzien van bouwtechniek en bouwproces. Met de opkomst van het Nieuwe Bouwen en de bijbehorende Nieuwe Zakelijkheid, ontstond in de jaren dertig een tegenbeweging. De teloorgang van regionale kenmerken en bouwtradities in een tijd van vooruitgang en schaalvergroting werd met lede ogen aangezien. In stedenbouw en architectuur werd er teruggegrepen op oude principes en tradities die moesten bijdragen aan een gevoel van identiteit en geborgenheid. In de persoon van prof. dr. M.J. Granpré Molière kreeg de stroming een prominent pleitbezorger (zie ook venster 14). Omdat hij als hoogleraar verbonden was aan de Technische Hogeschool Delft, kreeg de stroming al snel de naam Delftse School. In de vooroorlogse jaren werd de stroming steeds invloedrijker. Overal in het land staan diverse prominente gebouwen in de strenge baksteenarchitectuur. Het waren dezelfde jaren dat er bij de Dienst Zuiderzeewerken werd gewerkt aan de voorbereidende plannen voor de Noordoostpolder.


Voorbeelden van de Delftse School zien we onder meer in de Zeeasterstraat in Emmeloord die reeds tijdens de oorlog is gebouwd: kleine woningen met prachtige details in baksteen met verschillende metselverbanden. Kenmerkend zijn ook de steile kappen en de bijzondere dakkappellen.


Rooms-Katholieke kerk en voormalig postkantoor.

Iets verderop vinden we aan de Koningin Julianastraat een ander prachtig voorbeeld van de Delftse School. De woningen met zeer hoge en steile kappen met grijze dakpannen geven de straat een voornaam aanzien. Prachtig vlechtwerk onder de goten zijn een expressie van een lange traditie in baksteenarchitectuur zoals we die hier in Nederland kennen. De betonnen lijsten rond de ramen en de voordeur versterken de chique uitstraling.

Rijksmonument aan de Koningin Julianastraat, Emmeloord; twee vrijwel identieke rijtjes woningen met garages, opgetrokken in schone baksteen vanuit rechthoekige plattegronden.

Buitengebied

In het buitengebied verrezen vele honderden landarbeiderswoningen, pachterswoningen en boerderijen met een variatie aan kappen. Herkenbare stijlkenmerken van de Delftse School, zoals het spelen met de afmetingen van de ramen, de terugliggende voordeuren, het toepassen van lijsten rond ramen en deuren, bepaalden nog jaren het beeld van de woningbouw in de Noordoostpolder. Het gebruik van siermetselwerk neemt echter af, terwijl nieuwe bouwtechnieken en bouwmaterialen versmelten met de traditionele architectuur.

Nagele

Gedurende de Tweede Wereldoorlog en de jaren erna kreeg het ene na het andere dorp zijn definitieve opzet en werden de bouwplannen op papier gezet in dezelfde geest. Pas bij Nagele, een van de laatste dorpen, werden de plannen gewijzigd en uitgewerkt volgens de principes van het Nieuwe Bouwen.

Nagele: Gereformeerde kerk 1962.

In Nagele staan woningen en gebouwen naar ontwerpen van Gerrit Rietveld en Aldo van Eyk.


Plattegrond met wandelroute

Kaart Nagele.



Film: Modernistisch van vorm is de uit 1960-1962 daterende R.K St.- Isidoruskerk te Nagele, die sinds 1998 als Museum Nagele in gebruik is (2002).

Straat in Nagele.

Het modernistische van het ontwerp van de woningen laat zich aflezen in de platte daken en een gevel als compositie van rechthoekige vlakken en horizontale banden. Opvallend detail hierbij is dat de woning moest worden gebouwd met traditionele materialen.

Naar aanleiding van een vraaggesprek met een oudere dame uit Nagele een kleine terugblik: ‘We waren blij met het schone en lichte huis in de polder. Toen wij hier naartoe kwamen, begonnen we met bijna niets. Het was wel even raar dat er geen pannendak op de huizen in Nagele zat, maar we hadden die ruimte niet nodig. Er waren zelfs aparte kamers voor de kinderen. Pas later, toen het bewaren van herinneringen en overgebleven spullen meer ruimte ging vragen, gingen we de zolder missen. Vrienden die een dorp verderop woonden, hadden wel een zolder. Langzamerhand zagen we in de tachtiger jaren steeds meer mensen het dorp verlaten voor een ruimere woning elders. Gelukkig is de achteruitgang van het dorp gekeerd en zijn de meeste Nagelezen trots op hun bijzondere dorp.

Maar ook buiten Nagele treffen we enkele mooie voorbeelden van het Nieuwe Bouwen aan. Aan het Oosteinde in Marknesse staat een door architect F. Klein ontworpen garage met woonhuis. De beide met een licht hellend lessenaarsdak afgedekte bouwwerken hebben doorstekende bouwmuren waartussen de voorgevel wordt opgesloten.

Weegbrug en weeghuisje met lessenaarsdak, (2004), nu in gebruik als volière.

In Ens, Espel, Nagele en Rutten verrezen bij de weegbruggen prachtige kleine witte gebouwtjes met lessenaarsdak. Met minimaal materiaalgebruik en ranke glasprofielen hebben ze een fragiele schoonheid. Hoewel de Delftse School zocht naar de aansluiting met het verleden, door toepassing van traditionele materialen en details, noopten de schaarste aan materialen en beperkte budgetten ontwerpers en bouwers met efficiëntie en moderne bouwmethoden de bouwopgave te realiseren. Het duidelijkste voorbeeld hiervan vormen de ultramoderne schokbetonschuren (zie ook venster 16).

Wederopbouwarchitectuur

Portiekflat: De Kettingflat in Emmeloord.

Na de Tweede Wereldoorlog ontstond een stroming waarin zowel de kenmerken van het Nieuwe Bouwen als de traditionele architectuur werden samengevoegd. Dit wordt de Wederopbouwarchitectuur genoemd. Met name in het tweede decennium van het bouwen in de polder laat de Wederopbouwarchitectuur fraaie mengvormen van verschillende stijlen en inzichten zien. Een strakke indeling van de gevel wordt gecombineerd met een zadeldak, terwijl baksteen en beton naast elkaar worden toegepast. Mooi voorbeeld van de Wederopbouwarchitectuur vormen de portiekflats De Ketting, De Meerpaal, De Tros en De Boei in het centrum van Emmeloord: een grafische vlakverdeling in baksteen met betonnen sierlijsten rondom de grote glaspartijen van de lichte trappenhuizen, het bouwblok afgedekt met een flauw hellend zadeldak.

De architectuur van de Noordoostpolder is, in al haar eenvoud, van buitengewoon belang, omdat zij representatief is voor de Wederopbouwarchitectuur. Weliswaar vinden wij voorbeelden hiervan in heel Nederland, maar nergens in een zo pure uitvoering als hier.