Bestellen 'Boek 75 jaar droog' (2de druk!)

Boek Voorkant

Nieuwsbrief augustus

nieuwsbrief

Zoeken

Kies uw taal

V - Inleiding Raam V: het land wordt bewoond

Zoals in raam II duidelijk werd zijn duizenden arbeiders bij de ontginning betrokken geweest. Voor hen was in de beginjaren geen permanente woning. De eerste huisvesting in de Noordoostpolder bestond voornamelijk uit tijdelijke barakkenkampen, waarvan er ruim dertig geweest zijn. Veel van die mannen die in zo'n tijdelijke barak gehuisvest waren, zagen hun verblijf in de Noordoostpolder als tijdelijk, maar een ander, ook aanzienlijk deel, zag het als een opmaat voor een langdurig verblijf: als pachter of als landarbeider. Het kon dan helpen als je je bijdrage had geleverd aan de ontginning van de polder.

Selectie

Een boerderij, een woning of werk in de Noordoostpolder kreeg je niet zo maar: je moest door de selectie zien te komen. De overheid bepaalde wie zich in de nieuwe polder mocht vestigen. Alleen degenen van wie bij voorbaat vaststond dat zij de polder tot een succes konden maken, mochten toegelaten worden. Zo kon het dus gebeuren dat de overheid niet alleen de regie voerde over de inpoldering en de ontginning, maar ook nog eens over de bevolkingsopbouw: de maakbare samenleving in optima forma. Het Dorpenplan, het Uitgifteplan en de selectieprocedure hadden tot doel een evenwichtige harmonieuze samenleving tot stand te brengen.

De selectieprocedure in de Noordoostpolder is uniek. De Wieringermeerpolder trok aanvankelijk weinig belangstelling. De problemen met eerdere kolonisaties en onzekerheid over het boeren op zoute gronden hadden een afschrikwekkend effect. In Oostelijk en Zuidelijk Flevoland is de kolonisatie sterker ondergeschikt gemaakt aan de belangen van het oude land: boeren die moesten wijken voor stads-, haven- of luchthavenuitbreidingen kregen in die polders bij voorrang een boerderij.


Filmfragment uit 'Nederland Knutselland', aflevering van Nederland van Boven. Ultiem voorbeeld van de maakbaarheid van ons land. 

Maar na het succes van de Wieringermeer, en in het kielzog van de naoorlogse emigratiehausse, was de belangstelling voor de Noordoostpolder vele malen groter dan het aantal plaatsen, en viel er dus daadwerkelijk wat te kiezen. Slechts in het geval van de Zeeuwse pachters, die na de ruilverkaveling volgend op de inundatie van Walcheren en de Watersnoodramp hun bedrijf in Zeeland waren kwijtgeraakt, werd de selectie ondergeschikt gemaakt aan het belang van het oude land. Het gevolg is dat nergens in Nederland, en misschien wel nergens in de wereld, de immigratie met zulke strikte regels uitgevoerd is als juist in de kolonisatiefase van de Noordoostpolder!

Hiërarchische samenleving

Ook na de vestiging hield de overheid zich bezig met het ‘maken van de samenleving'. Pogingen om een samenleving zonder maatschappelijke zuilen op te bouwen hadden echter maar weinig succes. Wel wisten veel verzuilde organisaties elkaar na verloop van tijd te vinden en daaruit kwam veel samenwerking voort.

Dialecten

De vele dialecten die de nieuwe polderbewoners van het oude land meebrachten zijn opgegaan in een eenheid. In de Noordoostpolder is een min of meer accentloze uitspraak van het Standaardnederlands overheersend geworden onder de tweede en volgende generaties, bewoners die in de polder geboren zijn. Eventuele regionalismen, bijvoorbeeld frisismen, komen vooral voort uit een intensief contact met het buurgewest.

Overijssel en Urk

De verhouding met het omringende oude land, Friesland, Overijssel en Urk, is overigens niet eenduidig. Aanvankelijk leefden de bevolkingsgroepen in de buurgemeenten langs elkaar heen, of in een tegenstelling van belangen. De polderbevolking voelde zich met de moderne landbouwbedrijven superieur aan het oude land (het idee geselecteerd te zijn droeg daar niet weinig aan bij), de bewoners van het omringende oude land zagen de polder vooral als een koekoeksjong dat in hun nestgronden was gelegd.

 

Maar de relatie werd ook positief ingevuld: de ontginning en kolonisatie van de polder werd vormgegeven vanuit de kantoren in Zwolle en Kampen, de bewoners van de omringende streken vonden scholing en werk (en soms een levenspartner) in de polder. Voor Urk werden de verbindingen met de rest van Nederland beter.