25 - Opbouw voorzieningen in de Noordoostpolder: gezondheidszorg en onderwijs

De Noordoostpolder werd ontgonnen en in cultuur gebracht door arbeiders, die werden gehuisvest in kampen. Deze arbeiders hadden uiteraard behoefte aan medische verzorging. Hetzelfde gold voor de eerste permanente bewoners van de polder, die in 1943 arriveerden. Voor de kinderen van deze pioniers moesten er scholen worden gebouwd. Ook het faciliteren van deze voorzieningen was de verantwoordelijkheid van de Directie.

Huisartsenzorg

Voor de medische verzorging van de kamparbeiders richtte de Directie een Geneeskundige Dienst op, die werd geleid door de arts J.J. Zwarteveen. De artsen werkten in meer dan één kamp en verplaatsen zich op motorfietsen door de kale polder. Kamparts J.H. Jansen vestigde zich na de oorlog als huisarts in Emmeloord, maar bleef in dienst van de Directie. In de jaren vijftig opende de voormalige kamparts M. Rijken als vrijgevestigd arts een praktijk in Marknesse. Zijn collega A.K. Iwema deed hetzelfde in Ens. De positie van de eerste huisartsen was moeilijk. De polderbevolking was jong en gezond. Voor de artsen viel niet veel te verdienen. In 1944 begonnen de kampartsen met consultatiebureaus. Als vrijgevestigd huisarts behielden ze dat recht, zodat ze toch wat konden bijverdienen. Vroedvrouwen kregen geen toestemming zich in de polder te vestigen.

Dokter M. Rijken op de motor met een ziekenbroeder. Vanuit Vollenhove ging hij de polder in om in de arbeiderskampen ziekenrapport te houden, 1943. In 1949 vestigde hij zich als huisarts in Marknesse.

Ziekenhuiszorg 

Tijdens de Duitse bezetting konden ernstig zieken niet altijd naar ziekenhuizen op het oude land worden vervoerd. Vandaar dat de Directie in maart 1943 bij Vollenhove een noodziekenhuisbouwde.

De ziekenbarakken bij Vollenhove.

Dit ziekenhuis was niet veel meer dan een houten barak. De 34 bedden waren kribben, voorzien van strozakken die dienden als matras. Begin jaren vijftig gaf de regering toestemming voor het bouwen van een streekziekenhuis in Emmeloord. Dit ziekenhuis zou door een stichting worden bestuurd. Die werd vernoemd naar huisarts Jansen, die in 1950 was verongelukt. Het bestuur van de Stichting Dokter J.H. Jansenziekenhuis werd voorgezeten door landdrost A.P. Minderhoud, de opvolger van Smeding. Het ingenieurs- en architectenbureau van A.H.J. Swinkels en B.H.F.L. Salemans uit Maastricht ontwierp het gebouw. Door geldgebrek kon dat ontwerp jarenlang niet worden uitgevoerd. Intussen voldeed het noodziekenhuis bij Vollenhove niet meer aan de eisen. De Directie liet aan de Staalstraat een tijdelijk ziekenhuis bouwen, dat in 1956 in gebruik werd genomen. 

 Het tijdelijk ziekenhuis aan de Staalstraat. 1959.

Op 13 april 1962 legde Tilly Jansen, een dochter van huisarts Jansen, dan toch de eerste steen voor het Dokter J.H. Jansenziekenhuis. Op 3 januari 1964 werd de eerste patiënt het ziekenhuis binnengedragen.  

 De eerste steenlegging van het Dokter J.H. Jansen ziekenhuis door mw. Tilly Jansen, 1962.

Klein maar volwaardig

Het Dokter J.H. Jansenziekenhuis was een klein, maar volwaardig streekziekenhuis. Het telde 150 bedden, verdeeld over vijf afdelingen. Alle basisspecialismen waren aanwezig.

Dokter J.H. Jansenziekenhuis

 

 De Thuiskomst van Jacob Martijn Roosenburg, 1964. In 1964 werd het dokter Jansen Ziekenhuis in gebruik genomen. Het beeld De Thuiskomst kreeg voor de hoofdingang ziekenhuis een plaatsje. Toen in 1990 het Emmeloordse ziekenhuis fuseerde met het Zuiderzeeziekenhuis in Lelystad, verdween het beeld naar een binnenplaats. Op initiatief van fotograaf Hans Veenhuis uit Emmeloord is het in januari 2005 teruggeplaatst bij de hoofdingang.

In de jaren zeventig werkte het Dokter J.H. Jansenziekenhuis samen met Stadsziekenhuis De Engelenbergstichting te Kampen in de Gemeenschappelijke Regeling Ziekenhuizen Noord-West-Overijssel. Op 1 januari 1990 kwam, in samenwerking met het Zuiderzeeziekenhuis in Lelystad, de Gemeenschappelijke Regeling IJsselmeerziekenhuizen tot stand, overigens zonder De Engelenbergstichting. Een jaar later werd de Gemeenschappelijke Regeling omgezet in de Stichting IJsselmeerziekenhuizen.
 
Op 13 april 2012 legde de jongste kleinzoon van Dokter J.H. Jansen bloemen namens alle kleinkinderen bij de plaquette in het Dokter J.H. Jansen Ziekenhuis.
 
De samenwerking tussen beide ziekenhuizen is echter nooit goed op gang gekomen. Conflicten, vooral tussen de specialisten in Emmeloord (maatschappen) en Lelystad (loondienst), leidden tot een onwerkbare situatie. De directie kreeg beide partijen niet bij elkaar. Ook de bevolking van Urk en de Noordoostpolder keerde zich steeds meer van het ziekenhuis af. Daarna ontstond er een onbeheersbare dynamiek die leidde tot de ondergang van het Dokter J.H. Jansenziekenhuis. Anno 2011 zijn er in Emmeloord twee concurrerende poliklinieken op 600 meter afstand van elkaar aan dezelfde weg in Emmeloord. 

Het Dokter Jansencentrum is als onderdeel van de MC Groep gevestigd in het voormalige ziekenhuisgebouw, terwijl het Antonius Ziekenhuis uit Sneek op het terrein van de voormalige Landbouwpraktijkschool een eigen polikliniek heeft gebouwd. Ook de huisartsenpost is daar gevestigd.

 De polikliniek Antonius Ziekenhuis.

Onderwijs 

De zorg voor lager onderwijs lag volgens de Lager Onderwijswet van 1920 bij de gemeentebesturen. In de Noordoostpolder hield dit in dat het openbaar lichaam ‘de Noordoostelijke Polder’ ervoor moest zorgen dat in de polder ‘voldoende lager onderwijs gegeven wordt in een genoegzaam aantal scholen, welke voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienstige gezindheid toegankelijk zijn.’ De landdrost moest bovendien meewerken aan de stichting van bijzondere scholen, als er aanvragen werden ingediend die voldeden aan de wettelijke eisen. Smeding wilde de komst van bijzonder lager onderwijs naar de polder zo lang mogelijk uitstellen. Verzuiling in het onderwijs zou volgens hem een gevaar betekenen voor de opbouw van de samenleving. Hij wilde neutrale scholen, die door kinderen van alle gezindten zouden kunnen worden bezocht. Op 15 april 1943 ging in een houten woonbarak van het arbeiderskamp bij Ramspol de eerste lagere school van start. Het openbaar lichaam trad op als schoolbestuur. Het godsdienstonderwijs in de polderscholen werd verzorgd door de kerkgenootschappen. Alle leraren hingen een godsdienst aan, maar zij mochten hun overtuiging niet in de klas uitdragen.
 
Openbare lagere school in kamp II te Ens, geopend op 15-04-1943.
 
De Julianaschool in 1946, de eerste lagere school in Emmeloord. De school was een noodschool.
 
Sommige protestantse bewoners van de Noordoostpolder waren niet tevreden met het neutrale polderonderwijs. In 1947 richtten zij de Vereniging tot Stichting en Instandhouding van Scholen met den Bijbel in de Noordoostpolder op en vroegen aan Smeding toestemming een bijzondere school te mogen openen. Na enige aarzelingen ging Smeding akkoord. Tien jaar later had ieder dorp een openbare, een protestants-christelijke en een katholieke lagere school.


Voortgezet onderwijs

Kinderen worden groter en de noodzaak tot voortgezet onderwijs diende zich aan. Volgens plan zouden de scholen in Emmeloord worden gebouwd. De Directie probeerde weer eerst een school voor alle gezindten te stichten, maar de protestants christelijke geledingen zagen dit niet zitten. Zij hadden voldoende kinderen voor een eigen school. De christelijke ULO startte in 1952, terwijl er in 1955 een christelijke HBS de deuren opende. Na diverse fusies met andere scholen kwamen ze uiteindelijk samen in het Emelwerda College. De R.K. Uloschool (Bonifatius mavo) opende haar deuren aan de van Diggelenstraat in Emmeloord in 1954. Het zesklassige gebouw werd door Pastoor Morselt ingewijd en na bezichtiging feestelijk in gebruik genomen.

 R.K. Uloschool (Bonifatius mavo)  in 1954.

 In 1955 werd ook het Professor Ter Veen Lyceum geopend, de rechtsvoorganger van het huidigeZuyderzee College.     
 
Emmeloord Panorama St.Josephschool en omgeving: Links op de achtergrond staat de R.K. Uloschool en aan de rechterkant de St. Josephschool.
Ook het lager en middelbaar agrarisch onderwijs werd in zuilen aan de polderkinderen aangeboden. In 1977 gingen alle lagere en middelbare agrarische scholen verder onder één bestuur: het agrarisch onderwijscentrum, AOC. 
Uniek was de Landbouwpraktijkschool aan de Urkerweg, die in 1958 van start ging: alle landbouworganisaties werkten hierin samen. Kinderen van lagere en middelbare agrarische scholen in heel Nederland kregen daar praktijklessen akkerbouw. In 2004 sloot de vestiging in Emmeloord haar deuren en verhuisde ze naar Dronten.


Problemen

In de jaren zeventig kampte de polder met grote problemen. De werkgelegenheid in de agrarische sector nam af, de groei van veel dorpen kwam tot stilstand en het aantal kinderen nam af. Het voortbestaan van veel dorpsscholen kwam in gevaar. Samenwerking tussen de verschillende gezindten was nodig. In diverse dorpen ontstonden samenwerkingsscholen, in verschillende combinaties.      

P. Christiaanse ontwierp in 1951-'52 de openbare lagere school ‘De Wending’ (Zuidwend 4 Bant), een vierklassige school met personeelskamer en later speel-werklokaal, 1956.

 Nu: samenwerkingsschool De Wending.

De noodzaak tot samenwerking is daarna alleen maar groter geworden. Het openbare basisonderwijs en de katholieke Stichting Christophorus zijn daarom samengegaan in de organisatie Aves. De verwachting is dat steeds meer scholen in de dorpen samengaan. De gemeente wil toe naar zogeheten kindcentra in de polderdorpen, waarin alle op kinderen gerichte instellingen samenwerken. Een samenwerking die veel pioniers van meet af aan voor ogen hadden.