Nieuw! Bestel nu de Engelse versie van het Canonboek

  Klik op onderstaand logo om naar de bestelpagina te gaan. Bestellen Canon Boek

Zoeken

Controverse crashlocatie Lancaster JA702 beslecht

Al een aantal jaren is er een pennenstrijd gaande tussen de Stichting Ongeland en de heer T. Schuurman, fulltime WO-II-onderzoeker, over de plaats waar deze bommenwerper is neergekomen. Was dat op kavel N33, Oosterringweg 3 bij Marknesse, of op kavel H33 ter hoogte van Zuidermiddenweg 19-1/19-2 bij Tollebeek?

Canon De Noordoostpolder deed onderzoek. Conclusie: de bommenwerper Lancaster JA702 van de Royal Air Force (RAF) is in de in nacht van 30 op 31 januari 1944 op kavel H33, ter hoogte van Zuidermiddenweg 19-1/19-2 neergestort.

Wat gebeurde er met deze bommenwerper en de bemanning?

In de Tweede Wereldoorlog zijn er duizenden bombardementsvluchten vanuit Engeland naar Duitsland uitgevoerd. In pogingen om dit te verhinderen werden de bommenwerpers veelvuldig aangevallen door de Duitse luchtmacht. Zo gebeurde het dat de Engelse Lancaster bommenwerper JA702 in de nacht van 30 op 31 januari 1944, terugkerend van een missie naar Berlijn, werd beschoten en geraakt en vervolgens in de nog jonge Noordoostpolder neerstortte. Daarbij kwamen vijf bemanningsleden om. Twee vliegeniers overleefden de crash. 

Waarom deed de Canon onderzoek?

Stichting Ongeland heeft als doel het levend houden van de herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog. In dat kader heeft ze in 2013 op basis van toen beschikbare gegevens over deze bommenwerper begrijpelijkerwijs aangenomen dat het toestel op kavel N33 was neergestort. Een markeringspaal, ook wel crashpaal genoemd, werd op Oosterringweg 5 geplaatst.  

In de jaren daarna kwamen er echter sterke aanwijzingen dat de bommenwerper niet op kavel N33, maar op kavel H33 aan de Zuidermiddenweg was neergestort. De heer Schuurman, gespecialiseerd in de luchtoorlog boven een gebied van zo’n 80x80 kilometer rond zijn woonplaats Vollenhove, verdiepte zich nader in de crash. Dat leidde tot een felle polemiek in onder ander ‘de Noordoostpolder’. Tot een bevredigende oplossing kwam die pennenstrijd evenwel niet: tot op heden staat de markeringspaal voor dit toestel nog aan de Oosterringweg. Een verplaatsing van deze crashpaal naar de Zuidermiddenweg is echter ophanden.

Stichting Canon De Noordoostpolder houdt zich bezig met geschiedschrijving over de Noordoostpolder. De luchtoorlog zoals die zich boven onze gemeente heeft afgespeeld maakt daarvan onderdeel uit. Om die geschiedenis correct te beschrijven is het van belang van de juiste gegevens uit te gaan. Van nog veel groter belang is het om recht te doen aan nabestaanden en familie van omgekomen vliegeniers door markeringspalen voor crashes op de juiste plek te plaatsen.  Bij hen mag er geen twijfel bestaan over de plaats waar hun geliefden, helden van de oorlog, zijn omgekomen, zeker nu de daarvoor benodigde gegevens voorhanden zijn.

Om deze redenen vond de Canon het belangrijk een poging te wagen de controverse over de crashlocatie van de Lancaster JA702 te beslechten. Ze heeft daarom in oktober 2020 als onafhankelijke partij aan beide partijen aangeboden te bemiddelen. Dat aanbod werd geaccepteerd. Uiteraard maakte het uitvoeren van een onderzoek naar de toedracht van de crash daarvan onderdeel uit. De gemeente was van een en ander op de hoogte.

Het onderzoek

Op 28 maart 1973 werden er bij graafwerkzaamheden nabij de inrit van Oosterringweg 3 vliegtuigresten gevonden. Volgens de rapporteur van destijds, wachtmeester H.J. Zijsling van de marechaussee, verklaarde toenmalig Identificatie- en Bergingsofficier van de Koninklijke Luchtmacht, de heer G.J. Zwanenburg, na onderzoek ter plekke dat het resten van een staartstuk van een Engelse Lancaster bommenwerper uit de Tweede Wereldoorlog betrof. De heer Zwanenburg zelf spreekt in een brief van 29 maart 1973 aan de burgemeester van Noordoostpolder echter niet over een staartstuk, maar over enkele resten van een bommenwerper van de RAF. Hij kende deze toe aan de Lancaster JA702 waarvan hem uit beschikbare gegevens zou zijn gebleken dat het wrak zelf al in 1951 was geruimd.

Die gegevens heeft de Canon echter niet kunnen achterhalen. Het is nu dan ook niet na te gaan van welke bommenwerper de gevonden wrakstukken nou echt waren. Dat is erg jammer, want het zou veel duidelijk kunnen maken. Ter zijde: niet uit te sluiten is dat de gevonden resten stukken van de bommenwerper Lancaster JA902 waren, waarvan het grootste deel aan de Lindeweg is terechtgekomen. Ter nagedachtenis aan de bemanning van die bommenwerper is aan de Lindeweg het bekende oorlogsmonument geplaatst.

De heer Zwanenburg schrijft in zijn brief ook dat de bommenwerper in de nacht van 30 op 31 januari 1944 van een missie naar Berlijn terugkeerde en neerstortte in de Noordoostpolder, dat daarbij vijf leden van de bemanning omkwamen, dat die in Vollenhove begraven liggen en dat twee bemanningsleden zich met een parachute konden redden. Deze informatie was wel verifieerbaar en is in het onderzoek van de Canon correct gebleken.  

Stichting Ongeland heeft zich voor het bepalen van de locatie van de neergestorte Lancaster JA702 gebaseerd op de informatie daaromtrent gegeven door de heer Zwanenburg, die naar verluidt toegang had tot Engelse oorlogsarchieven. Dat was ten tijde van het plaatsen van de markeringspaal in 2013 ook heel legitiem: andere informatie was niet voorhanden en de informatie was niet omstreden. Kortom, het oordeel van de heer Zwanenburg was leidend. De heer Schuurman, die in die periode de Stichting Ongeland adviseerde, onderschreef dit oordeel destijds ook. Zodoende werd de crashpaal voor de Lancaster JA702 aan de Oosterringweg geplaatst.

In 2018 kwam er echter informatie over de crash voorhanden die een heel ander licht op de locatie van het neerstorten van de Lancaster JA702 wierp. Het betrof informatie uit het gemeentelijk archief en informatie die nu op de site van de heer Schuurman is te vinden:

  1. Brief van ene heer Arnoldi van 29 april 1995 waarin deze spreekt over zijn ontmoeting begin 1944 (in de nacht van zondag 30 op maandag 31 januari 1944) met de vliegeniers, Cottam en Coyne, nabij Urk;
    Cottam en Coyne waren de overlevenden van de crash. Zij troffen die nacht het ‘groepj  Arnoldi’, drie medewerkers van de Directie van de Wieringermeer (Noordoostpolderwerken). Die brachten hen naar werkkamp Emmeloord; later werden de twee vliegeniers naar een onderduikadres gebracht;
  1. Politierapport van de groep Vollenhove van 14 februari 1944 over de vondst op 7 februari van een vliegtuigwrak nabij Urk, met op de grond lijken van vijf vliegeniers die daar vermoedelijk enige dagen lagen;
  1. Gegevens uit het grafregister van Vollenhove, met onder andere:
    1. Namen, rangen en nationaliteiten van de vijf op 30 januari 1944 omgekomen vliegeniers van wie de lichamen waren gevonden op - destijds nog - kavel H46 (nu kavel H33). Die vliegeniers maakten die nacht deel uit van de bemanning van de Lancaster JA702;
    2. Aantekening dat het verongelukte vliegtuig de JA702 betrof, en op 5 februari 1944 is gevonden op kavel H46 tussen Urk en Emmeloord.

De beschrijving over de ontmoeting van het groepje ‘Arnoldi’ met de vliegeniers Cottam en Coyne nabij Urk, gecombineerd met het politierapport over de bij het wrak van de bommenwerper gevonden vijf overleden vliegeniers en de gegevens uit het grafregister maakt duidelijk dat de crash van de Lancaster JA702 op kavel H33 aan de Zuidermiddenweg heeft plaatsgevonden. Bij zijn onderzoek heeft de Canon ook gebruik gemaakt van luchtfoto’s van de plaats van de crash, aangeschaft door de heer Schuurman en aangeleverd door Historisch Marknesse in Woord en Beeld.

Op grond van al deze gegevens heeft de Canon twee conclusies getrokken. De eerste conclusie luidt dat de niet-verifieerbare stelling van de heer Zwanenburg dat de in 1973 aan de Oosterringweg gevonden vliegtuigresten van de Lancaster JA702 afkomstig waren niet meer houdbaar is. De tweede conclusie luidt dat de Lancaster JA702 op kavel H33 aan de Zuidermiddenweg is neergekomen.

Instemming met de conclusies

Canon De Noordoostpolder heeft van beide partijen bericht van instemming met de conclusies ontvangen. Dit betekent dat een belangrijke stap is gezet naar èn het ‘rechtzetten van de geschiedenis’ over de plaatst waar de Lancaster JA702 is neergestort èn het einde aan de polemiek hierover. Veel belangrijker echter: het doet vooral recht aan de nabestaanden van de dappere vliegeniers die hun leven gaven voor onze vrijheid. 

Hoe nu verder?

De gemeente Noordoostpolder heeft destijds aan de Stichting Ongeland voor het plaatsen van meerdere markeringspalen in de gemeente een subsidie verstrekt. Doel ervan was onder andere het levend houden en tastbaar maken van een stuk geschiedenis van de polder in de oorlogsjaren. Een stuk geschiedenis dat beslist niet verloren mag gaan. De gegevens waarop de plaatsing van de markeringspalen zijn gebaseerd mogen daarbij niet omstreden zijn. Ook is het voeren van een doorgaande pennenstrijd hierover niet alleen ongewenst, maar ook niet respectvol.  

De gemeente heeft vanwege het uitgevoerde onderzoek van de Canon contact opgenomen met de Stichting Ongeland. Daarbij is afgesproken dat de markeringspaal voor de Lancaster JA702 bommenwerper ter hoogte van kavel H33 aan de Zuidermiddenweg geplaatst wordt.   

Een datum voor het verplaatsen van de crashpaal is nog niet vastgesteld, maar zal niet lang op zich laten wachten. 

 

Bijlagen persbericht

1

Rapport wachtmeester Zijsling

Rapport van 31 maart 1973, wachtmeester van de marechaussee H.J. Zijsling over de vondst van vliegtuigresten aan de Oosterringweg op 28 maart 1973, waarvan Identificatie en Bergingsofficier, de heer G.J. Zwanenburg, verklaard zou hebben dat het resten van een staartstuk van een Lancaster bommenwerper betroffen

2

Brief heer Zwanenburg

Brief van 29 maart 1973, bief van de heer

G.J. Zwanenburg aan de burgemeester van Noordoostpolder waarin hij de gevonden resten kwalificeert als vliegtuigwrakstukken

3

Brief heer Arnoldi

Brief van 29 april 1995 (verkregen via de heer Schuurman)

4

Politierapport groep Vollenhove

Rapport van 14 februari 1944, over de vondst op

7 februari 1944 van een Engels vliegtuigwrak tussen Urk en Emmeloord op ongeveer 8 à 9 kilometer ten westen van Emmeloord op nog niet in cultuur gebrachte grond (moerasgebied); nabij het wrak lagen vijf in vliegeruniform geklede lijken; volgens het rapport lag het vliegtuig er al enige dagen (van de site van de heer Schuurman)

5

Grafregister Vollenhove 1

De vijf namen van de omgekomen vliegeniers, hun rangen, de overlijdensdatum (30 januari 1944), de plaats van overlijden (destijds kavel H46, nu deels kavel H33) en de grafnummers (van de site van de heer Schuurman)

6

Grafregister Vollenhove 2

Verklaring over plaats noodlanding JA702 en datum vondst vliegtuig (van de site van de heer Schuurman)

7

Kaartje H46 in 1943-1944 en nu H 33 ged.

(van de site van de heer Schuurman)

8

Luchtfoto crashlocatie en foto’s crashpaal en overlevenden

Gegevens verkregen van ‘Marknesse in Woord en Beeld’: luchtfoto’s uit 1945 waarop de locatie van het wrak is te zien en aangegeven (figuur 7)

Foto van crashpaal zoals deze nu aan de Oosterringweg 5 staat

Foto van vliegeniers Cottam en Coyne, de overlevenden van de crash